Nu ik wat ouder ben, is het voor mij vanzelfsprekender dat ik als kind al gefascineerd was door beeldvorming. Immers, de wereld leren kennen begint met veel waarnemingen en proberen die te begrijpen. Als licht autistisch kind kon ik moeilijk communiceren over de verwondering en de verscheidenheid die ik ervoer, laat staan dat ik alle verbanden op natuurlijke wijze aanvoelde. Toen ik recentelijk een film zag waarin de ouders van een introvert meisje haar een camera hadden gegeven zodat ze meer contact kreeg met haar omgeving, was dat een soort aha-moment. Want ik was al op zeer jonge leeftijd gefascineerd door de fotohobby van mijn vader. En hij vond dat leuk, stimuleerde dat ook.

Het begon allemaal met een Agfa Box camera, met van die leuke kijkglaasjes aan de bovenkant en de zijkant, en filmrolletjes met een papieren schutblad. Het ontwikkelen van zo’n film was een heel avontuur, waarbij je in de donkere badkamer op de tast de film in een spiraalrail van de ontwikkeltrommel moest zien te krijgen. De badkamer was gelukkig midden in huis en had dus geen ramen, maar een spleet onder de deur naar de overloop en wat strooilicht door de ventilatiepijp naar het dak maakten het noodzakelijk om deze handelingen in de avond te verrichten. Daarna werden achtereenvolgens ontwikkelaar, stopbad en fixeer in de trommel gewisseld na tussenspoelingen met lauwwarm water (met precies de juiste temperatuur, zoals ik toen al over chemische processen leerde), waarna de film te drogen gehangen werd. Pas veel later kregen die vloeistoffen minder penetrante geurtjes, maar het was me meteen duidelijk dat die stank vooral een afschrikwerkende functie had. Het waren dan ook giftige en agressieve middelen. Afdrukjes werden gemaakt bij een obscuur geelgroen peertje en met een contactafdruk apparaat, dat, zodra je hardop tellend de sandwich van film en papier met een stempel aandrukte en daarmee de belichting inschakelde, stemmig rondom geel opgloeide. Verdere afwerking geschiedde in kleine kunststof bakjes met weer die stinkende vloeistoffen erin. De magie van langzaam opkomende beelden maakte dat we het ongemak in de badkamer uithielden (ook qua inrichting was het natuurlijk niet ideaal: het zitgedeelte van het lavet als werktafel gebruiken…). Dat proces bleef eigenlijk onveranderd, ook toen we kleinbeeld en kleur gingen verwerken, tot de digitale fotografie zijn intrede deed. Wel kregen we steeds betere apparatuur, van timers tot vergrotingsapparaten en andere hulpmiddelen, en verhuisden we, zodra de meeste kinderen uit huis getrokken waren, naar zijn werkkamer met speciale inrichting voor verduistering en ventilatie. Zo rond zijn pensionering koos mijn vader ervoor om alomtegenwoordige kleuren afdrukservices te gebruiken. Dat was veel makkelijker, minder belastend en reduceerde het aantal foto’s tot datgene wat je werkelijk wilde hebben. Ik heb toen zijn uitrusting nog een tijd lang in een speciaal daarvoor ingerichte doka in mijn eerste eigen huis gebruikt.

In het begin, als mijn vader een nieuw fototoestel kreeg, mocht ik zijn oude exemplaar gebruiken. Mijn technische nieuwsgierigheid was echter zo groot dat niet gebruikte apparaten ook uit elkaar gehaald mochten worden. Dat was leerzaam, zowel qua delicate constructie alsook wat betreft lichtweg, optiek en dingen als parallax (de afwijking die ontstaat als lens en zoeker niet op één lijn staan, vooral bij dichtbij-opnamen, een probleem wat later in spiegelreflexcamera’s was opgelost). Ik leerde veel over compositie, licht en belichting, contrast, helderheid en kleurverzadiging, en hoe filters werkten om speciale effecten te realiseren. En al die tijd kon ik door de zoeker de wereld om me heen zonder schroom bestuderen. Zelfs zonder camera in mijn hand kon ik het kijken alsof ik een foto zou kunnen maken als excuus gebruiken.

Samen met mijn vader werd ik fan van Minolta camera’s, later opgegaan in Sony.

De twee compact camera’s waren handig tijdens de vele reizen die ik in het laatste decennium van de 20ste eeuw maakte, en niet al te prijzig. Toch wilde ik meer flexibiliteit en “professionelere” mogelijkheden, en met het groeien van mijn budget kon ik een spiegelreflex systeem opbouwen. Nu gebruik ik de Sony Alpha 580, alom geprezen voor zijn kwalitatief uitmuntende opnamen. Als ik een volgende stap wil overwegen, dan moet ik naar een heel nieuwe generatie toestellen en kan ik niets meer gebruiken van alle objectieven, filters en andere accessoires. Die investering zie ik mezelf niet meer doen (tenzij mijn armen en schouders de last van de fototassen niet meer kunnen dragen).

Door veel zelfstudie heb ik de basis die mijn vader heeft gelegd verder ontwikkeld. Uiteindelijk ben ik ook gaan filmen. Hoewel dat een logische stap lijkt, bekoort het me niet zoals bevriezen van een split-second dat doet. Zien wat een ander niet ziet, aandacht vragen voor wat niet vanzelfsprekend lijkt, en verwondering stimuleren voor invalshoeken en interpretaties is wat mij beweegt. Deze site verzamelt wat resultaten en ervaringen op gebied van foto en film. Daarbij zal ik geen portretten of afbeeldingen van mensen opnemen, omdat daar privacy bij komt kijken. Dat is jammer, omdat dit nou juist mijn lievelingstak van de fotografie is.

Het is onmogelijk om alles vast te leggen wat ik weet en geleerd heb, maar wellicht ontstaat in de loop der tijd een interessante bloemlezing. Ik heb aan het begin van het digitale tijdperk opeenvolgende dure professionele kleurenprinters en scanners gehad, maar de beperkte levensduur en de hoge kosten van papier en inkt brengen mij ertoe om foto’s alleen af te laten drukken als dat perse nodig is. Zo’n beetje zoals mijn vader indertijd van eigen doka naar afdrukservices overstapte, maar nu vooral gedreven door kosten en kwaliteit. Verder is het traditionele fotoalbum vervangen door mobiele telefoon, tablet en PC.