Het beekje, dat langs de weg voortkabbelt, zorgt voor voldoende vers water, en mondt hier uit in een klein meertje. John is blij zich straks te kunnen opfrissen, en het stof van de wandeling af te kunnen spoelen. Kleding wassen gaat nog niet; daarvoor hebben ze geen tijd. Frisse onderkleding en uitgeklopte bovenkleding moet voor nu volstaan. Met het gespetter van Edith op de achtergrond bestudeert hij de oever aan de overkant, en laat de ontmoetingen van de afgelopen dagen nog eens aan zich voorbijgaan. Die ontmoetingen op zich waren best leerzaam.

