Op de middelbare school trof ik een charismatische leraar Nederlands, die mijn fascinatie voor taaluitingen stimuleerde. Voeg daar een puberend gevoel aan toe, en je hebt een prima bron voor gedichten en verhalen! Ik had meer behoeften aan het proberen te uiten van gevoelens en ideeën, dan aan het lezen van andermans werk. Dat interpreteren en begrijpen was inspannend en hard werken, en daar had ik het geduld niet voor. Pas na een sportongeluk en een hersenschudding met vervelend lange nasleep werd ik rustiger en vooral ook voorzichtiger. Zowel sport alsook gedichten schrijven werden niet meer zo intens beleefd.
Veel later ben ik wel meer gaan lezen, en gaandeweg leerde ik om beter te formuleren. Vooral beseffen welke boodschap je eigenlijk wilt overdragen was daarbij belangrijk. Uiteraard was beknoptheid en duidelijkheid ook vereist bij technische en wetenschappelijke dokumenten.

