Sunny Boy Clipping

Met het wegvallen van de salderingsregeling wordt het terugleveren van zonnestroom aan het net minder rendabel, en kan het (bij dynamische tarieven) zelfs geld kosten. Dat heeft alles te maken met het stapel-effect en de asymmetrie van maatregelen die de energiebedrijven en netbeheerders overwegen. Niet alleen wordt afgenomen stroom op normale gebruiksmomenten duurder (de kWh-prijs), ook de beheerskosten nemen toe (per kWh, en vooral voor bezitters van zonnepanelen) en de terug geleverde stroom wordt voor hen goedkoop, gratis of zelfs negatief, juist als de kWh-prijs hoog is. Consumenten met zonnepanelen worden daarmee gestimuleerd zoveel mogelijk hun eigen zelf-opgewekte stroom te gebruiken. Netcongestie en netverzwaring lijken vooral veroorzaakt te worden door groene stroom, hoewel ook elektrische auto’s (laadpalen) en warmtepompen en dergelijke een grote rol spelen. Er worden verschillende technische oplossingen geboden, van batterijen die dynamisch handelen op de energiemarkt, zodat het financieel nadeel beperkt blijft (maar die je wel eerst moet kopen), tot systemen waarbij het energiebedrijf de regie over jouw zonne-installatie overneemt om hun probleem op het net te reguleren. Daarbovenop worden huishoudens gestimuleerd om dure aanpassingen of aankopen te doen om hun energie-footprint op het net te verkleinen. Ja, in sommige gevallen krijg je een vergoeding voor je medewerking, maar toch bekruipt mij het gevoel dat commerciële energieondernemingen vooral aan hun economische voordeel en winstmarges denken. En dat voor een basisbehoefte.

Wat me het meeste dwars zit dat je als huishouden geen keuze hebt. Ja, je kunt switchen van leverancier, je kunt je gedrag aanpassen, je kunt… Maar de minder vermogende consument heeft niet veel ruimte om te investeren, bijvoorbeeld. Ik heb dat probleem niet echt, maar ik wil ook niet teveel kosten maken die ik nooit terugverdien. Het is m’n hobby, dus dat is een prima rechtvaardiging voor 3 verschillende batterijsystemen, waarvan twee zelf gebouwd, die ervoor moeten zorgen dat ik ook bij stroomuitval (want ook daarmee wordt gedreigd) toch voldoende energie in huis heb. Ik kan ook aanpassingen doen in de meterkast, en apparaten slim aansturen zodat ze helpen mijn footprint te reduceren. Mijn IT-spullen worden grotendeels gevoed door 2 extra powerstations, welke overdag opgeladen worden met zon-afhankelijk vermogen, en ’s avonds weer energie afgeven (net zoals de andere batterijsystemen, overigens). Betekent dat dat je een batterij met zo groot mogelijke capaciteit moet nemen? Nee, absoluut niet! Als op zonnige dagen de batterij al vroeg in de middag vol zit, bestaat die neiging natuurlijk wel. Maar als je die energie de rest van de dag niet opmaakt, dan heeft een grote batterij geen zin meer. Bovendien is het rendement in de winter natuurlijk minimaal. Dus richt jezelf niet op die paar weken met een overdaad aan zonlicht.

Toen ik mijn zonnepanelen aanschafte, had ik deze overwegingen nog niet. Ondertussen heb ik alles al terugverdiend door besparing op de energierekening, dus wat ik in de toekomst verder opwek is alleen maar winst (als ik het goed aanpak). Een van de opties om negatieve netto opbrengst van zonnestroom te voorkomen is simpelweg zorgen dat daarvan niet zoveel beschikbaar is. Niet door hoog verbruik, want met alle stroombesparingsmaatregelen lukt dat nauwelijks, maar door de omvormer af te knijpen (clipping). Ik prijs me gelukkig met een oude Sunny Boy omvormer, waar het aanpassen van èèn getalletje in de instellingen ervoor zorgt dat ik van het maximum (2500 Watt) af kan schalen naar (als ik dat zou willen) 0 Watt. Die test heb ik dus gedaan gedurende een aantal zeer zonnige dagen. Ik heb gemiddeldes over een paar dagen bekeken van het maximum, 2000 Watt en 1750 Watt (veel lager heeft weinig zin; de batterijen werken goed om terug levering te minimaliseren).

De resultaten zijn in bijgevoegde grafiek samengevat; alle resultaten heb ik genormeerd naar het totale dagelijkse verbruik in huis, wat natuurlijk varieert. “Zonneënergie [kWh]” van 100% betekent dus dat er net zoveel is opgebracht als in het hele huis verbruikt werd op èèn dag. Ik wilde ook weten of de omvormer extra warm werd door de veranderende instellingen. De documentatie zegt dat een lager ingesteld uitgangsvermogen niet leidt tot extra dissipatie, maar “meten = weten”; het gaat per slot van rekening om grote vermogens en stromen met risico op brandgevaar als ik het verkeerd aanpak. Conclusie: de documentatie klopt. De temperatuur van de omvormer blijft “handwarm” en de ventilator gaat nooit extra hard werken. Wat blijkt uit de grafieken?

  • De hoeveelheid zonneënergie neemt natuurlijk af
  • Ook de terug levering neemt af, tot bijna 0 bij 1750 Watt clipping vermogen
  • Het uit het net opgenomen vermogen blijft eerst nog constant, maar stijgt sterk bij 1750 Watt clipping. Dan is er duidelijk niet genoeg zonnestroom om de behoefte van het huis te dekken. Dat is vooral goed te zien in de laatste grafiek: de netto energie uit het net (opgenomen – teruglevering).
  • Het is logisch dat zelf verbruikte zonneënergie stijgt bij lager clipping vermogen: er is immers minder beschikbaar, dus procentueel gezien wordt meer daarvan verbruikt.
  • De zelfvoorziening blijft eerst constant, maar neemt af bij sterkere clipping.

Conclusie:

  1. Alleen als de kosten van terug geleverde stroom netto veel hoger worden dan de besparing van eigen gebruik, loont het om clipping op een lage waarde in te stellen. Bij 1500 Watt (niet getest) zal terug levering minimaal zijn, terwijl nog wel energie beschikbaar is om de batterijen te laden.
  2. Als je onder de streep geen geld kwijt bent aan het energiebedrijf voor de stroom die je terug levert, dan kan het vermogen maximaal blijven.
  3. Bij licht negatieve opbrengst kan het lonen om clipping in te stellen op ca. 2000 Watt. Er wordt dan niet meer (dure) stroom gekocht, maar wel minder overtollige stroom opgewekt.

Deze conclusies zijn natuurlijk specifiek voor mijn opstelling en de regelingen die ik voor mijn batterijen heb ingesteld. Desondanks geloof ik dat de trend in de waarnemingen ook toepasbaar is in andere scenario’s. De exacte waarden en dergelijke zullen dan anders uitpakken.